De bedrijfsvloer

Een van de belangrijkste (onveranderbare) onder-delen van uw pand is voor u ongetwijfeld de bedrijfs-vloer, die dikwijls sterk bepalend is voor de gebruiks-waarde van uw pand. De meest voorkomende eisen aan de vloer betreffen vlakheid, gladheid, slijtvast-heid en toelaatbare nuttige belasting. Daarnaast worden eventueel eisen gesteld ten aanzien van vloeistofdichtheid, stofontwikkeling, elektrostatische ontlading en bijzondere afwerkingen (bijvoorbeeld dat de vloer hygiënisch schoon te houden is).

De vanwege de prijs meest voorkomende vloeren kunnen in twee basistypen worden onderscheiden: vloeren op staal en vloeren op palen.

Vloeren op staal
Bij vloeren op staal (een vakterm voor vloeren die direct op de aanwezige ondergrond worden gelegd), is de toelaatbare nuttige belasting afhankelijk van de grondslag onder de vloer.
Ook de zetting van de grond onder de vloer speelt een rol want de vloer “zet” mee. Grondonderzoek zal uitsluitsel moeten geven of de vloer bij uw eisen ten aanzien van vloerbelasting en maximum toelaatbare zetting nog op staal kan worden gefundeerd.

De bedrijfsvloer wordt gemaakt van beton en voorzien van wapeningsstaal of staalvezels. De wapening is bedoeld om de nuttige belasting in de vloer te spreiden en om de spanningen ten gevolg van krimp tijdens en na de verharding op te nemen.Krimp (volumeverkleining) is inherent aan beton. Vaak worden in de vloer zaagsneden aangebracht waarin de krimp zich kan uitwerken. Krimpscheurtjes in de velden tussen de zaagsneden worden op die manier tegengegaan. Ondanks deze voorzieningen kan het toch voorkomen dat zich in het vloeropper-vlak een netwerk van uiterst kleine scheurtjes (zgn. craquelé) aftekent. De gebruiksmogelijkheden van de vloer worden hierdoor echter niet beïnvloed.

Vloeren op palen
Met vloeren op palen kunnen hoge toelaatbare belastingen worden bereikt door de keuze van paalafmetingen, vloerdikte en wapeningsstaal in de vloer. Door de relatief zware wapening behoeven minder maatregelen te worden genomen tegen krimp: afhankelijk van de omvang van het aaneengesloten oppervlak kan meestal worden volstaan met slechts een enkele dilatatievoeg in het vloerveld.