Laadkuilen, dockshelters e.d.

Voor bedrijven met een frequente aan  en afvoer over de weg van goederen, die  met behulp van vorkheftrucks of ander intern transportmaterieel moeten worden geladen en gelost, is een laadkuil ter plaatse van de transportdeur onmisbaar. De laadkuil bestaat uit een afrit en een vlak gedeelte dat meestal 130 cm lager dan de aansluitende halvloer zal liggen. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat de laadvloer van de vrachtwagen ongeveer op de halvloerhoogte uitkomt. Omdat vrachtwagens niet allemaal een laadvloerhoogte hebben van 130 cm, wordt in de halvloer bij de laadkuil een zogenaamde “leveler” aangebracht: een hydraulisch verstelbaar scharnierend bordes waarover vorkheftrucks kunnen rijden. Voor het goed functioneren van de laadkuil mag op de lengte van het vlakke en het hellende deel niet bezuinigd worden.
Om tocht tijdens het laden en lossen te beperken worden dockshelters toegepast, meestal bestaande uit kunststof flappen aan het kozijn, die de opbouw van de vrachtwagens omsluiten wanneer deze voor de geopende transportdeur tegen het gebouw aan staan.